Blog
Hoe ver reikt het verschoningsrecht van de bedrijfsarts?
Hoe ver reikt het verschoningsrecht van de bedrijfsarts?

Als je ziek bent en contact hebt met de bedrijfsarts, dan moet je erop kunnen vertrouwen dat medische informatie vertrouwelijk blijft. Maar wat als er later een juridisch geschil ontstaat? Mag een bedrijfsarts dan als getuige alles vertellen, ook als jij daar zelf toestemming voor geeft?
Die vraag stond centraal in de uitspraak van de Hoge Raad van 31 januari 2025[1].
Wat was er aan de hand?
Een werknemer vond dat de bedrijfsarts onzorgvuldig had gehandeld. Volgens de werknemer had de bedrijfsarts hem onjuist geadviseerd en zonder deugdelijk onderzoek hersteld verklaard.
In de procedure oordeelde het gerechtshof dat de schriftelijke bewijsstukken van de werknemer onvoldoende waren om te kunnen vaststellen of de bedrijfsarts inderdaad niet goed had gehandeld. Daarom wilde de werknemer de bedrijfsarts als getuige horen. De werknemer gaf daarbij ook expliciet aan dat de bedrijfsarts alles mocht verklaren en zich niet hoefde te beroepen op zijn beroepsgeheim.
De bedrijfsarts dacht daar anders over en deed een beroep op zijn verschoningsrecht.
Het gerechtshof vond dat de bedrijfsarts ten aanzien van vragen over feiten en omstandigheden géén verschoningsrecht had. De zaak kwam vervolgens bij de Hoge Raad terecht.
Beroepsgeheim en verschoningsrecht: hoe zit dat?
De Hoge Raad legt in rechtsoverweging 4.3.2 eerst uit hoe het juridisch kader eruitziet.
Een bedrijfsarts heeft te maken met:
- het medisch beroepsgeheim, en
- een geheimhoudingsplicht op grond van artikel 88 Wet BIG.
Daarnaast bepaalt artikel 21 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) – inmiddels opgegaan in de AVG, maar destijds van toepassing – dat informatie over de gezondheid van een werknemer alleen mag worden verwerkt voor zover dat strikt noodzakelijk is voor de verzuimbegeleiding en re-integratie.
Aan dit beroepsgeheim is een zogenoemd functioneel verschoningsrecht gekoppeld. Dat betekent dat een bedrijfsarts in een procedure mag weigeren om als getuige te verklaren over zaken die onder zijn beroepsgeheim vallen.
Dat recht is niet absoluut. Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn waarin het belang van waarheidsvinding zwaarder weegt. Maar die lat ligt hoog.
De uitzondering is beperkt
In rechtsoverweging 4.3.5 benadrukt de Hoge Raad dat de uitzondering in de Arbeidsomstandighedenwet op het beroepsgeheim beperkt is. Die uitzondering ziet alleen op het verstrekken van gegevens voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van verzuimbegeleiding en re-integratie.
Met andere woorden: de wet biedt geen algemene opening om medische informatie te delen in een gerechtelijke procedure.
Geen behandelrelatie? Toestemming van werknemer? Toch geen verklaring
De kern van het arrest volgt in rechtsoverweging 4.4.3. De Hoge Raad maakt daar korte metten met twee belangrijke argumenten:
Het feit dat er geen ‘gewone’ behandelrelatie bestaat, omdat de bedrijfsarts door de werkgever is ingeschakeld in het kader van verzuimbegeleiding en re-integratie, is niet voldoende om het verschoningsrecht opzij te zetten.
Ook de toestemming van de werknemer zelf aan de bedrijfsarts om te verklaren over hetgeen onder het beroepsgeheim valt, is onvoldoende om het verschoningsrecht te doorbreken.
De bedrijfsarts mocht zich dus beroepen op zijn verschoningsrecht en hoefde niet als getuige te verklaren.
Opvallend is bovendien dat de Hoge Raad overweegt dat de bedrijfsarts niet eens hoeft te onderbouwen welk concreet belang hij heeft bij zijn beroep op het verschoningsrecht.
Wat betekent dit voor jou?
Deze uitspraak onderstreept hoe zwaar het medisch beroepsgeheim van de bedrijfsarts weegt. Zelfs als jij als werknemer zegt: “U mag alles vertellen”, dan nog hoeft de bedrijfsarts dat niet te doen.
Ook medewerkers die in directe lijn met de bedrijfsarts werken – zoals medisch secretaresses, assistenten of casemanagers – kunnen een afgeleid verschoningsrecht hebben. Zij vallen dan onder dezelfde beschermingsgedachte.
Wat wel en niet gedeeld mag worden, hangt altijd af van de specifieke omstandigheden. Maar als algemene regel geldt: alleen die informatie over jouw gezondheid die strikt noodzakelijk is voor verzuimbegeleiding en re-integratie, mag worden verstrekt.
Tot slot
Deze uitspraak laat zien dat vertrouwelijkheid binnen de bedrijfsgezondheidszorg niet licht wordt doorbroken. Dat biedt bescherming, maar kan in een procedure ook tot frustratie leiden als je bewijs wilt leveren.
Heb jij een geschil over re-integratie, ziekte of het handelen van een bedrijfsarts? Of ben je werkgever en wil je weten welke informatie je wel en niet mag ontvangen?
Neem dan gerust contact met ons op. Bij Drechtsteden Advocaten sta je met recht sterk.
[1] Hoge Raad 31 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:162












